Mijn moment

texel

Lente. Carillonklanken dwarrelen over de Jordaan naar mijn balkon. Mussen vliegen af en aan. Buiten krijgen de bomen langs de grachten nieuwe blaadjes, een betoverend groen waas. Lopend door de smalle zonnige straten wil ik genieten, maar mijn buik zit in de knoop. Ik wil naar buiten. Ontsnappen uit de stad. Knerpend zand. Ruisende bomen. Lucht voor zieke longen. Mijn huis in Amsterdam voor een huis op Texel… ruilen. Maar de spelregels zijn weer eens veranderd en we kunnen niet tekenen. De stad is van steen.

Op 30 juli neemt een grote wagen al mijn spullen mee naar het eiland. Op de boot knijp ik in de hand van mijn lief. We eten Chinees in de tuin en slapen tussen de dozen.

Hoogzomer. Ik lig op mijn picknicktafel naar de meteorietenregen te kijken. Ze maken geen geluid. Mijn benen zitten vol bloederige strepen door de scherpe doorns maar ik word beloond met bakken vol dikke zoete bramen. Ik proef schapenkaas. Hele jonge en hele oude. Ik loop op blote voeten over een grazig pad naar de Hoge Berg. Ik duik in zoute golven en laat mijn voeten wegzakken in het natte zand. Was de lucht ooit zo blauw boven Amsterdam?

Herfst. Ineens ben ik ziek en de wereld wordt heel klein. Mijn tuin is het universum en ik zoek tussen de wijnranken naar spinnen en stop af en toe een sappige druif in mijn mond. Ik zet mijn tuinstoel op een beschut plekje en geniet uren van de zon ondanks de frisse wind. De vogels hebben het voer ontdekt dat ik heb opgehangen. Mezen, mussen, groenlingen en vinken. Een grote bonte specht. Een roodborstje vliegt tegen het raam en ligt hijgend in mijn hand. Is dat bloed in zijn snavel? De kwetsbaarheid van het leven. Een grote rode kip komt zomaar de tuin in gestapt. Van mij mag ze blijven, maar dat doet ze niet.

Het is koud. Dik ingepakt stap ik na lange weken in en om het huis weer op de brommer. Hij wacht op me in het bos terwijl ik mijn rondje loop. Langzaam groeit de wereld weer. Wat ruikt het eiland lekker. De toeristen zijn weg en ook de bramen. De heide is allang uitgebloeid en de paddestoelen hebben het mooiste gehad. Het is stil en ik hoor de wind door de dennen ruisen. Ergens roept een buizerd. Ik drink op een bankje groene thee uit mijn thermos. De damp blijft even hangen.

Ik ben verhuisd naar Texel.

Deze post verscheen eerder in het kader van ‘Mijn Moment’, een initiatief van Henk-Jan Winkeldermaat

Texelse meid!

Wat enorm spannend, zo’n woningruil… Ik heb inmiddels één potje op het vuur, en dat is supersnel na een week, maar het is allemaal nog verre van zeker. En toch zit ik al met de topografische kaart op schoot… fietsroutes uit zoeken die ik met de electrische fiederfiets kan doen.

En hoe dat er straks uitziet, zo’n fietstochtje?

Hoor je iets… weet je iets… iemand die van Texel naar Amsterdam wil, of, in verband met een mogelijke driehoeksruil, iemand die van Hilversum naar Amsterdam wil. Laat het me weten!

De grote oversteek

Amsterdam is heerlijk. En ik moet er weg, dringend. Ik heb dankzij m’n astma zo’n last van de vieze lucht dat je hier blijven wonen zou kunnen vergelijken met blijven roken. Het liep eerder zelfs zo uit de klauwen dat ik de vorige winter een dikke drie maanden in het Nederlands Astmacentrum Davos in Zwitserland moest verblijven voor de schone berglucht, waar ik erg van opknapte. Nu vasthouden, die winst…en dat betekent wegwezen uit de stad!

Er zijn veel plaatsen in Nederland waar de lucht schoner is dan in Amsterdam…. behalve de IJmond en de Rijnmond is eigenlijk het hele land schoner, maar ik ga nu voor het optimum. De schoonste lucht vinden we op de Waddeneilanden, punt. En dan ben ik ook nog zo’n mens dat zielsgelukkig in haar eentje met een verrekijker op een dijk kan zitten loeren naar divers vliegend gespuis. Iets wat me nu zelden lukt omdat de stad úit gaan al een expeditie is. In Davos bleek dat voor mij rust en in de natuur kunnen zijn nog belangrijker zijn dan ik al dacht… het beïnvloedt mijn astma enorm. Iets met lichaam en geest, zullen we maar zeggen.

De afgelopen jaren ben ik vaak op Texel geweest en daar maak ik bijna elke keer een klein wonder mee. Als ik aankom heb ik de conditie van grofweg een 70-jarige, of slechter. Dat weet ik, want ik ga vaak met m’n moeder, die in die leeftijdscategorie valt. Op de fiets kan ik haar amper bijhouden. Maar vaak al na een paar dagen eilandlucht ademen gebeurt er iets. Ik heb niet alleen meer lucht, maar ik kán meer… ineens is er energie om een extra stuk te fietsen en stort ik daarna niet vreselijk in zoals ik dat ken van de expedities in Amsterdam – en een expeditie is dan ‘naar de huisarts gaan’, ‘een boodschap doen’, ‘bij vrienden op bezoek’. Als ik in Amsterdam blijf wonen blijven korte tochtjes ‘expedities’ en zal ik weer steeds vaker langere periodes aan huis gekluisterd zijn en kan een toekomstige opname in Davos zomaar weer in het verschiet liggen.

Hoogste tijd om werk te maken van mijn vertrek uit Amsterdam, op zoek naar een goeie nieuwe stek op het eiland…

Vorige week heb ik een woningruiladvertentie geplaatst, superspannend! En binnen een paar dagen kreeg ik een reactie van iemand die een heerlijk huis op Texel wil wegruilen, dus ik was enorm blij. Deze mevrouw wil zelf naar Hilversum, en een eventuele ruil betekent dus een driehoeksruil Amsterdam-Texel-Hilversum. Vandaar dat er nu nóg een advertentie staat. Meerdere potjes op het vuur. Op Twitter  wordt keihard meegeleefd, heerlijk!

Wie helpt mee @fiederels naar Texel te krijgen?

Een tent was fijn…. nu een huis!

UPDATE: Inmiddels is het juni 2012 en is er een nieuwe ruilpartner verschenen, veel bureaucratisch gedoe geweest en ben ik vaak zenuwachtig geweest, maar toch doortastend…. Het gaat lukken! Binnenkort worden er huurcontracten getekend en kan er een verhuisdatum worden geprikt. Dank aan iedereen voor meeleven en adviezen!

Ik twijfel, dus ik eet.

Eigenlijk vond ik altijd dat ik best goed op de hoogte was van wat gezond was. Alleen was ik zelf niet gezond en ik hoopte dat ik behalve door het opvolgen van de adviezen van mijn longarts en het braaf nemen van mijn medicijnen toch nog wat meer kon doen. Gangbare adviezen zoals die van het Voedingscentrum, niet teveel snoepen, genoeg bewegen, die kende ik wel en ik volgde ze ook nog zo’n beetje op. Misschien met wat extra ijs en chocola, die dan weer niet in de Schijf van Vijf staan.
Wanneer je met dit regime uitkomt op een maximale prestatie van 500 meter wandelen en dan niet meer verder kunt is dat buitengewoon onbevredigend. Dus las ik nog wel eens een boekje, zocht  wat op internet en kwam soms dingen tegen, maar behalve dat ik nóg meer groenten en volkorenproducten ging eten veranderde er niet zoveel. Een soort keerpunt kwam er toen ik een keer op foodlog.nl terecht kwam, een geweldige site waar voedingsdeskundigen en -liefhebbers van diverse pluimage informatie brengen en met elkaar in discussie gaan. Er was een hele lange discussie over vet. Ik werd zo’n beetje mijn laptop ingezogen!

Op vet schijn je erg te moeten letten, en dan vooral op verzadigd vet, want daar krijg je zo ongeveer de ergste dingen van. Er zijn wat vitamines het alleen maar doen als ze in vet worden opgelost, dus daarom mag je nog wel een scheutje olijfolie. Magere yoghurt, magere melk, mager, mager, mager. En op de boterham halvarine, want anders valt de magere kaas eraf.

Uit de discussie op foodlog bleek dat het laatste woord helemaal nog niet gezegd is over vet. En het leek er ook nog op dat de niet-lipofoben behoorlijk doortimmerde verhalen hadden.

Wat nu dan?
Her en der viel de naam van ene Gary Taubes. Nooit van gehoord, maar hij bleek een wetenschapsjournalist te zijn, met een achtergrond in natuurkunde en een grote liefde voor échte wetenschap. Uiteindelijk schrijft hij vanuit die liefde over wetenschap die verkeerd gaat, en laat hij zien hoe dat kan gebeuren. Nadat hij onder andere over het fiasco van de koude kernfusie had geschreven kreeg hij van een bevriende wetenschapper te horen dat als hij écht slechte wetenschap wilde onderzoeken, hij maar eens in de voedingswetenschappen moest duiken. En dat deed hij.
The Soft Science of Dietary Fat‘* verscheen in Science en de New York Times publiceerde ‘What If It’s All Been A Big Fat Lie?‘. Ik bestelde zijn boek ‘Good Calories, Bad Calories‘, waarover op foodlog hartstochtelijk gesproken werd en dook in de wondere wereld van het voedingsonderzoek, de politiek, het grote geld, de ego’s, de koolhydraten en de vetten.

Als één ding me duidelijk werd, dan was het dat het bést wel eens zou kunnen zijn dat mijn gezonde eten helemaal niet zo gezond was. En dat andere voedingsadviezen die met vuur worden afgedaan als onvolwaardig of zelfs gevaarlijk, met uitstekend uitgevoerd onderzoek onderbouwd kunnen zijn en tot grote gezondheidswinst kunnen leiden. Mogelijk zijn niet alle conclusies die Taubes trekt correct, maar hij legt haarfijn de fouten in het mechanisme bloot waarmee onze voedingsadviezen tot stand komen, en ik trek daaruit mijn conclusies.

Ik ben mijn eigen eenpersoonssteekproef (n=1) en voel me daar uitstekend bij. Inmiddels één van mijn favoriete ontbijtjes: full English breakfast – zonder toast.

* Het hele artikel is o.a. hier  te lezen

Hap!

Wanneer je ziek thuis zit zoals ik heb je tijd zat. Ook tijd om te bloggen, en het liefst zou ik op die manier een bijdrage willen leveren aan mijn vak, want dat is nog steeds actueel. Het gaat dan over onze omgang met landschap, architectuur, stedebouw en archeologie in de ruimtelijke inrichting. Maar waar blijven die blogstukjes dan? Gaat er niets meer om in mijn hoofd?

Er gaat heel veel om in mijn hoofd, maar als ik eerlijk ben, ben ik het afgelopen jaar vooral enorm intensief bezig met voeding. Een nieuwe passie. Een heel ander vak, dat niet het mijne is, en daarom was ik al die tijd terughoudend erover te schrijven. Toch dat perfectionistische idee dat je eerst expert moet zijn voor je er een mening over mag hebben? Waarschijnlijk wel. Maar ik ga het proberen, want ik denk dat ik dingen ontdek, puzzelstukjes in elkaar aan het leggen ben en volgens het ‘n=1’ principe al een jaar op mezelf experimenteer, dus waarom zou ik daar geen verslag van mogen doen?

Al die medicijnen die ik dagelijks in mezelf stop… er moet toch een andere of minstens aanvullende manier zijn om minder ziek te worden? Dik een jaar geleden begon ik een zoektocht die zich vooral richtte op gezonde voeding. Wat is gezond? Het leek makkelijk – want het Voedingscentrum kauwt dat netjes voor ons allemaal voor – maar bleek het uiteindelijk niet te zijn.

Wat viel me op?

  • Tegenover elke mening staat de tegenovergestelde, vaak allebei hartstochtelijk verdedigd door onderzoekers, artsen, voedingsdeskundigen en politici. Wie afwijkt van de norm is een kwakzalver of erger. Voor een leek wordt het des te moeilijker hierin een weg te vinden.
  • In de tijd zijn de voorschriften voor wat gezonde voeding is aangrijpend veranderd, maar de reden voor de aanpassingen zijn vaak ingegeven door halfbakken wetenschap en politieke en economische belangen. De consequenties zijn groot.
  • Artsen krijgen in hun opleiding heel weinig kennis mee over het effect van voeding op gezondheid.
  • Wanneer je in je inzichten over gezonde voeding afwijkt van de heersende norm, maak je het jezelf niet makkelijk.
Het gevolg van mijn speurtocht en uitprobeersels is in elk geval dat ik de geldende normen voor gezonde voeding schadelijke onzin ben gaan vinden. En dat ik nu mijn eerste blogstukje heb geschreven over voeding – al staat er nog niet in wat ik eet. Ik verklap wel alvast dat het meestal heel lekker is.

De allure van een lauw washandje.

Lees verder

Waarde

Volgens de longarts in Davos zit werken er voor mij niet meer in. “Uw werk wordt gezond te blijven”. Ondertussen zijn er tussen de periodes dat ik geveld ben wel degelijk periodes dat ik me beter voel en dan dus aan m’n conditie kan werken. Met als catch: het kan zomaar ineens over zijn, simpel doordat er een verkoudheid langskomt.
Nou is het met werk zo dat je er met enige voorspelbaarheid aanwezig moet kunnen zijn. Je spreekt wel eens af iets te doen, klaar te hebben, te presenteren.
Mijn specialisme is erfgoed, en dan vooral hoe wij ermee omgaan in de ruimtelijke inrichting, zowel toegepast in beleid en uitvoering, als beschouwend in cultuurfilosofische zin. Zó, dat staat gewichtig. Maar sinds ik definitief uitviel door ziekte, nu een jaar of drie geleden, heb ik geen bijdrage meer geleverd aan mijn vak. En ik wil dat wel weer, maar hoe? Als ad-hoc deelnemer aan projecten? Als adviseur? Als blogger? Als promovendus?

Eén ding is zeker. Ik houd het niet vol om mijn gezondheid serieus zo goed mogelijk te houden als ik daarnaast geen waarde kan brengen die breder is dan mijn eigen levenssfeer.

Serieus

Mijn huisarts verwees me na het eerste consult dat ik bij hem had subiet  door naar de longarts, die bij mij astma constateerde. De huisarts die ik daarvoor had verwees me helemaal niet door  en vroeg alleen af en toe of ik ‘piepte’. Toen had ik nog geen idee wat dat was, piepen, en pas in Davos hoorde ik bij andere patiënten hoe dat klonk, een piepende ademhaling door het samenknijpen van ontstoken en geïrriteerde luchtwegen. Nooit gedaan, piepen. Mijn astma is anders, zoals het trouwens bij iedereen anders is. Ik was van kinds af aan bronchitisklant. Zo’n bacteriële luchtweginfectie, die meestal direct na het begin van een verkoudheid inzette, ging bij mij nooit vanzelf over. Ik kreeg even goed maar zelden antibiotica tegen omdat Nederland een verstandig land is waar men terughoudend is met het voorschrijven van antibiotica (in de humane geneeskunde dan, want veeartsen in de bio-industrie schrijven lustig voor aan nog-niet-eens-zieke kippen en ander vee). Ik was niet zo assertief om aan te dringen op doorverwijzing en wist ook niet zo goed waarheen. Ik dacht gewoon dat ik een slechte weerstand had (ik bleek later een immuunstoornis te hebben) en vond die terughoudende antibioticastrategie op zich niet verkeerd. Maar ja… op een gegeven moment was ik wel de helft van het jaar ziek en kon mijn loopbaan als adviseur cultureel erfgoed en ruimtelijke inrichting op mijn buik schrijven. Ook mijn sociale leven ging voor een flink deel naar de barbiesjes omdat ik steeds vaker  afspraken moest afbellen en mensen stellen dat nou eenmaal niet op prijs. Luchtweginfecties, daarvan wekenlang ziek zijn en daarna nog veel langer moeten herstellen. Ik snapte het zelf niet eens, hoe moet je dat dan uitleggen aan je vriendinnen? Aan je familie? Een échte griep, daar ben je goed ziek van, dat snapt iedereen. Maar van zo’n suf verkoudheidsvirus ben je toch niet zo lang uit de running? Ik moest wel een aansteller zijn. Waarschijnlijk was het psychisch. Ik heb het allemaal gedacht. Tot ik er na jaren echt niet meer onderuit kon. Ik ging terug naar de oude huisarts die ik als piepjonge student had, omdat ik me bij hem altijd totaal serieus genomen voelde. Hij verwees me door en sindsdien heb ik via de longarts de juiste medicatie. Nu werd ik serieus genomen door mijn huisarts. Maar ook door mezelf, en dat werd tijd.

Thuis

Nederland. Amsterdam. Ik woon hier al m’n hele leven en toch voelt het als een enorme overgang weer thuis te zijn na een dikke drie maanden in Davos. Om maar een ding te noemen: wat moet je veel dóen thuis! Gewoon een beetje opruimen, eten koken, afwassen, af en toe een afspraak buiten de deur. Allemaal niet indrukwekkend, maar het voelt als véél en dat had ik niet verwacht nu het drukke bewegingsprogramma van Davos er niet meer is. Ik ben blij dat ik mezelf de tijd heb gegeven om te acclimatiseren en zo min mogelijk afspraken heb gemaakt. Mijn hoofd en lijf zijn veel te hard bezig met wennen en vooral met het laten inzinken wat er gebeurd is in de afgelopen maanden. Alles wat ik doe of wat er gebeurt bekijk ik met andere ogen. Kost het me energie? Geeft het me energie? Kan het anders? Hoe voelt het?

Op de automatische piloot gewoon doen wat ik wil doen en maar zien waar het schip strandt is geen optie. Dat schip strandt namelijk in Davos, bij een volgende opname, en hoe fijn ik het daar ook gevonden heb, dat wil ik graag voorkomen door mijn grenzen goed te bewaken.

Er is één grens die ik hier niet goed kan bewaken, en dat is die van de lucht. Heel merkbaar is dat de lucht hier veel vochtiger is dan in Davos, en aan de toegenomen reactiviteit merk ik na een week alweer dat mijn longen het hier minder fijn vinden. Er zit weer een dikke kerel op mijn borst – een naar drukkend gevoel. De ‘indien nodig’ medicatie die de longarts in Davos heeft voorgeschreven en die ik daar niet hoefde te gebruiken zit hier alweer standaard in m’n tas.

Vroeger was ik een supermens, alleen ik wist het niet

Tijdens een gesprek met collegapatiënten bespraken we hoe een drukke dag van veel mensen (onszelf, soms niet eens zo lang geleden) eruit kan zien. Met na het werk nog even winkelen, ergens wat eten, misschien nog naar een kroegje of bioscoop en dan moe maar tevreden thuis op de bank ploffen. ‘Hoe dóen die mensen dat, zijn het supermensen?’. En het ontnuchterende antwoord was: ‘Die zijn gezond.’

Als één ding opvalt hier in Davos, dan is het hoe ongelooflijk moe de meeste patiënten zijn. Eén van de longartsen hier sprak ooit met een collega die CVS-patiënten behandelde. Op de schaal van chronische vermoeidheid die men voor CVS heeft bedacht bleken de Davose astmapatiënten ongeveer vergelijkbaar te scoren. Fijn dan.

Hoe wij precies zo moe worden is me hier nog niet duidelijk geworden. Is de chronische luchtweginfectie een zodanige uitputtingsslag voor het lichaam dat er een soort kortsluiting ontstaat in onze energievoorziening? Is er een onderliggend probleem? Zijn astmapatiënten er teveel aan gewend voortdurend over hun grenzen te gaan omdat ze tóch willen blijven werken, voor hun gezin zorgen of studeren? Er zijn parallellen met topsporters die overtraind zijn. Die hebben hun batterij te vaak leeggetrokken en onvoldoende rust genomen om die weer te vullen. De balans belastbaarheid – belasting is verstoord, maar dat is feitelijk een beschrijving en geen verklaring van het probleem.

Het valt op hoe weinig aandacht er is voor de vermoeidheidsklachten van astmapatiënten. Niet hier in Davos, maar wel in het algemeen. Onze longfunctiespeak-flow en NO-waarden waar artsen naar kijken laten zich keurig in tabelletjes vangen, maar de relatie tussen de mate van beperking en deze meetbare factoren is per persoon zeer wisselend. Mensen met een behoorlijk goede longfunctie kunnen enorm beperkt zijn en andersom. Wanneer astmapatiënten hier gevraagd wordt wat ze het liefste willen, dan zeggen ze niet dat ze een betere longfunctie willen. Ze willen van de prednisolon af, een vaak noodzakelijk middel met heel nare bijwerkingen, én willen ze hun beperkingen in het dagelijks leven af. Een boodschap doen, werken, naar school gaan,  je eigen huis kunnen schoonmaken, vrienden op bezoek krijgen, op bezoek bij je moeder, je kind uit school halen, dáár gaat het om.

In het Nederlands Astmacentrum Davos wordt heel veel aandacht besteed aan conditieverbetering, zowel theoretisch als in de praktijk. Je leert te trainen binnen je grenzen en op tijd en genoeg rust te nemen. Heel belangrijk is het leren om te gaan met de steeds weer terugkerende terugvallen. Veel vallen en even vaak weer opstaan en je daardoor niet laten ontmoedigen, en dat is een kunst. Mooie trainingsschema’s hebben hier niet veel zin, leren luisteren naar je lichaam des te meer. Over een dikke twee weken vlieg ik weer naar Nederland met een veel slechtere conditie dan ik gehoopt had, maar met meer kennis en vaardigheden om met de vermoeidheid om te gaan.

Wachten in de rij voor de kassa met een mandje vol koolhydraten