Ik twijfel, dus ik eet.

Eigenlijk vond ik altijd dat ik best goed op de hoogte was van wat gezond was. Alleen was ik zelf niet gezond en ik hoopte dat ik behalve door het opvolgen van de adviezen van mijn longarts en het braaf nemen van mijn medicijnen toch nog wat meer kon doen. Gangbare adviezen zoals die van het Voedingscentrum, niet teveel snoepen, genoeg bewegen, die kende ik wel en ik volgde ze ook nog zo’n beetje op. Misschien met wat extra ijs en chocola, die dan weer niet in de Schijf van Vijf staan.
Wanneer je met dit regime uitkomt op een maximale prestatie van 500 meter wandelen en dan niet meer verder kunt is dat buitengewoon onbevredigend. Dus las ik nog wel eens een boekje, zocht  wat op internet en kwam soms dingen tegen, maar behalve dat ik nóg meer groenten en volkorenproducten ging eten veranderde er niet zoveel. Een soort keerpunt kwam er toen ik een keer op foodlog.nl terecht kwam, een geweldige site waar voedingsdeskundigen en -liefhebbers van diverse pluimage informatie brengen en met elkaar in discussie gaan. Er was een hele lange discussie over vet. Ik werd zo’n beetje mijn laptop ingezogen!

Op vet schijn je erg te moeten letten, en dan vooral op verzadigd vet, want daar krijg je zo ongeveer de ergste dingen van. Er zijn wat vitamines het alleen maar doen als ze in vet worden opgelost, dus daarom mag je nog wel een scheutje olijfolie. Magere yoghurt, magere melk, mager, mager, mager. En op de boterham halvarine, want anders valt de magere kaas eraf.

Uit de discussie op foodlog bleek dat het laatste woord helemaal nog niet gezegd is over vet. En het leek er ook nog op dat de niet-lipofoben behoorlijk doortimmerde verhalen hadden.

Wat nu dan?
Her en der viel de naam van ene Gary Taubes. Nooit van gehoord, maar hij bleek een wetenschapsjournalist te zijn, met een achtergrond in natuurkunde en een grote liefde voor échte wetenschap. Uiteindelijk schrijft hij vanuit die liefde over wetenschap die verkeerd gaat, en laat hij zien hoe dat kan gebeuren. Nadat hij onder andere over het fiasco van de koude kernfusie had geschreven kreeg hij van een bevriende wetenschapper te horen dat als hij écht slechte wetenschap wilde onderzoeken, hij maar eens in de voedingswetenschappen moest duiken. En dat deed hij.
The Soft Science of Dietary Fat‘* verscheen in Science en de New York Times publiceerde ‘What If It’s All Been A Big Fat Lie?‘. Ik bestelde zijn boek ‘Good Calories, Bad Calories‘, waarover op foodlog hartstochtelijk gesproken werd en dook in de wondere wereld van het voedingsonderzoek, de politiek, het grote geld, de ego’s, de koolhydraten en de vetten.

Als één ding me duidelijk werd, dan was het dat het bést wel eens zou kunnen zijn dat mijn gezonde eten helemaal niet zo gezond was. En dat andere voedingsadviezen die met vuur worden afgedaan als onvolwaardig of zelfs gevaarlijk, met uitstekend uitgevoerd onderzoek onderbouwd kunnen zijn en tot grote gezondheidswinst kunnen leiden. Mogelijk zijn niet alle conclusies die Taubes trekt correct, maar hij legt haarfijn de fouten in het mechanisme bloot waarmee onze voedingsadviezen tot stand komen, en ik trek daaruit mijn conclusies.

Ik ben mijn eigen eenpersoonssteekproef (n=1) en voel me daar uitstekend bij. Inmiddels één van mijn favoriete ontbijtjes: full English breakfast – zonder toast.

* Het hele artikel is o.a. hier  te lezen